4.4 Ongewenste ontwikkelingen bij welzijn en voorzieningen voorkomen |
||
De ontwikkeling van commerciële en niet-commerciële voorzieningen wordt bepaald door bedrijfseconomische afwegingen, randvoorwaarden en kaders vanuit de rijksoverheid, zoals financieringscondities en door management organisatorische afwegingen. De keuzen die een bedrijf of instelling daarbij maakt, kunnen voor de gemeente Westerveld ongunstig uitvallen en effecten hebben op de woon- en leefkwaliteit van de gemeente. De invloed van de gemeente op dergelijke beslissingen is in veel gevallen beperkt. Het onderkennen van de bedreigingen is echter in veel gevallen de eerste stap in het pogen de negatieve effecten te voorkomen. Daarbij staat centraal dat er geen afbreuk wordt gedaan aan de toekomstwaarde van investeringen. Bedreigingen
Potentiële locaties die van betekenis kunnen zijn voor toekomstige ontwikkelingen, zijn vaak ook voor andere ruimtelijke ontwikkelingen interessant. Uit planeconomische motieven wordt soms gekozen voor een economisch aantrekkelijke invulling op de korte termijn. Dit kan tot gevolg hebben dat op de langere termijn bepaalde voorzieningen niet meer in de gemeente Westerveld gehuisvest kunnen worden, waardoor de inwoners daarvoor aangewezen zullen zijn op het aanbod buiten de gemeente. Een andere ontwikkeling is een toename van verzoeken die de gemeente bereiken mee te werken aan een wijziging van bestemming van bedrijven in het buitengebied die nu nog een agrarische bestemming hebben of een recreatieve bestemming. Het hoeft daarbij niet gelijk te gaan om de zorg en / of opvang van veel mensen. Ook bijvoorbeeld 8 tot 12 mensen is mogelijk, waarbij het vaak om PGB-gefinancierde zorg en opvang (24 uurs opvang) gaat. Tot nog toe werden deze instellingen (volgens onze nota Toetsingskader Zorg) als kleinschalig benaderd. De eisen met betrekking tot veiligheid en draagkracht die bij grote zorg- en opvanginstellingen gesteld zijn, zijn hier niet van toepassing verklaard. Nu er een groeiende tendens is met betrekking tot deze verzoeken leiden meer kleinschalige instellingen al snel in aantal tot een grootschaliger beroep op voorzieningen. We staan aan de vooravond van grote veranderingen met betrekking tot jeugdzorg, AWBZ gefinancierde zorg en participatiewet. De gemeente krijgt meer verantwoordelijkheid met betrekking tot zorg en participatie en beduidend minder budget dan het rijk nu beschikbaar stelt. Dit betekent dat de gemeente ook een aantal wezenlijk andere keuzes zal maken ten aanzien van bijvoorbeeld collectieve zorg en ondersteuning in relatie tot individuele zorg en ondersteuning, het wel of niet werken met en verstrekken van PGB’s, andere mogelijkheden ten aanzien van integratietrajecten etc.. Hoe dit er precies uit zal zien is op dit moment niet zeker en onze keuzes daarin ook niet. Ook de berekening van de relevante budgetten, de grondslagen ervoor, zijn niet duidelijk. Wel is duidelijk dat het niet verstandig is om nu mee te werken aan een potentiële groei van een doelgroep die haar wortels niet in onze gemeente heeft, maar straks wel hoort tot onze verantwoordelijkheid in brede zin, omdat men hier dan gehuisvest is. Daarom is het college van B&W voornemens om niet meer mee te werken aan nieuwe aanvragen tot wijziging of herziening van bestemmingen richting zorg en opvang als hoofdfunctie, tot een jaar na het vaststellen van de kaders en keuzes van de gemeente in de drie transities door de raad.
Algemene beleidsuitgangspunten
Gebrek aan informatie kan wederzijds leiden tot het nemen van beslissingen die niet beoogde effecten hebben. We hechten daarom veel waarde aan een goede communicatie met bedrijven en instellingen op het vlak van voorzieningen. Dit willen we bereiken door:
Voor de hoofdlijnen en de overige elementen van het beleid voor maatschappelijke voorzieningen verwijzen we graag naar de onderdelen:
|
||
![]() |
||
|