29.0.5 Beschrijving aspecten ruimtelijke kwaliteit op structuurvisieniveau |
||
Geomorfologie De geomorfologie van Westerveld is grotendeels bepaald in het Saalien, de periode vanaf de voorlaatste ijstijd zo’n 200 miljoen jaar geleden. Het landijs stuwde de bodem op en liet in haar wake de zogenaamde grondmorene achter: een mengsel van keien, zand en leem. De Havelterberg is zo’n stuwwal en dankt haar hoge ligging aan het landijs. Het leem vormt een sterke ondoorlatende laag in de ondergrond en speelt daarom een vitale rol in de veenvorming in het landschap. Waar normaal alleen de lage delen van het landschap veenvorming vertonen, komt dat hier door de aanwezigheid van ondoorlatende lagen ook op de hoge delen voor. De laagveengebieden hebben veelal een voedselrijke samenstelling, terwijl de hoogveengebieden juist heel arm waren, omdat ze slechts door regenwater gevoed werden. Hoogte De gemeente Westerveld kent grote hoogteverschillen. Over het algemeen kan gezegd worden dat het noordoostelijk deel van de gemeente hoger gelegen is dan het zuidwestelijk deel, met de uitzondering van de stuwwal van de Havelterberg die als een eiland in het verder laaggelegen gebied ligt. De onontgonnen gebieden van het Drents-Friese Wold en het Dwingelderveld vertonen een sterk microreliëf. Bodem Het overgrote deel van de bodemsamenstelling in Westerveld wordt bepaald door zandgronden, met daaraan ondergeschikt veengronden en klei. Cultuurhistorie en archeologie Westerveld kent een lange bewoningsgeschiedenis die duidelijk haar sporen heeft nagelaten in het landschap. In de gemeente zijn overal historische elementen terug te vinden, soms vlak bij elkaar terwijl ze uit heel verschillende tijden dateren. Deze sterke gelaagdheid van geschiedenis is het sterkst te zien op de Havelterberg waar naast bijvoorbeeld de hunebedden ook restanten van het afgebroken dorpje Darp terug te vinden zijn en restanten van het vliegveld uit de Tweede Wereldoorlog wat daarvoor in de plaats kwam. De geologische ondergrond en het huidige landschap in de gemeente Westerveld zijn in belangrijke mate bepaald door de laatste twee ijstijden (het Saalien en het Weichselien). Veel van de elementen die het landschap van de gemeente nu nog kenmerken ontstonden in het Weichselien. In deze periode ontstonden de circa 200 veentjes die de gemeente rijk is. Ook zijn door de windwerking duinen, ruggen en kleine kopjes ontstaan. Dit reliëfrijke landschap vormde een aantrekkelijke vestiginglocatie voor de eerste nederzettingen. Specifieke elementen waaraan een cultuurhistorische betekenis wordt toegekend zijn:
Een minder in het oog springend maar net zo karakteristiek cultuurhistorisch element wordt gevormd door het landschap dat in grote lijnen is bepaald door het essenlandbouwsysteem. De historische bewoners van Westerveld vestigden zich tussen de te natte delen en de te droge delen in. Zij gebruikten de beekdalen als weide- en hooiland, de tussengelegen delen als bouwland (essen) en de bossen en woeste gronden (de Marke) als jachtgebied en bron van grondstoffen. Omdat de zandgronden van nature vrij arm waren werden de essen bemest met schapenmest en plaggen. De schapen werden overdag geweid op de heidegebieden en 's nachts verzameld op de centrale brink of in stallen. De mest die achterbleef werd gebruikt voor de essen. Door het plaggen en begrazen van de heidevelden verschraalden deze steeds verder en kreeg in sommige gevallen het zand weer vrij spel. Dit leidde tot stuifzanden die een bedreiging vormden voor de essen en de dorpen. Later zijn de stuifzanden grotendeels weer gefixeerd door bosaanplant. Typisch voor Drenthe is de organisatie in de vorm van zogenaamde boermarken; een vereniging van gewaardeerde boeren in een buurschap. In oorsprong was het territoir van de buurschap de marke en waren de buren, de dorpelingen dus, de markegenoten. De volle buren hadden een aandeel in de gemeenschappelijke grond en andere rechten in het dorp: het bepaalde hoeveel plaggen men mocht steken, hout mocht kappen, vee mocht laten weiden op de gemeenschappelijke heide en eikentelgen moest planten. Een bijzondere plek in de geschiedenis van Westerveld is die van de veenkoloniën van Wilhelminaoord en Frederiksoord. In 1818 werd de Maatschappij van Weldadigheid opgericht door generaal Johannes van den Bosch die de armoedige gezinnen na de Franse overheersing wilde helpen. Van den Bosch kocht in Drenthe woeste grond (de grootschalige veengebieden) aan, zodat de armen deze konden ontginnen. Er ware ongeveer 450 koloniehuisjes in de vrije koloniën Frederiksoord, Wilhelminaoord en Willemsoord. Vanaf het begin tot 1911 zijn ruim 1400 gezinnen in deze huisjes komen wonen. Daarnaast nam de maatschappij alleenstaanden op, voornamelijk in de strafkoloniën Ommerschans en Veenhuizen. De georganiseerde ontginning van de woeste gronden en de stedenbouwkundige en architectonische vormgeving hebben een uniek samenhangend beeld opgeleverd. Daarnaast bieden de bevolkingsregisters van de Maatschappij van Weldadigheid en van de Rijkswerkinrichtingen te Veenhuizen en de Ommerschans een interessant genealogisch archief. Samenhangend met de turfwinning werd tussen 1769 en 1780 de Drentsche Hoofdvaart gegraven. Het vormt de verbinding tussen Assen en het Meppeler Diep. Het kanaal heeft zijn ontstaan te danken aan de wens van de Landschap Drenthe om haar venen in de marken Witten en Halen te ontsluiten en te exploiteren. Een goede afwatering en bevaarbaar water was hierbij noodzakelijk. Daarvoor kon gebruik worden gemaakt van delen van de al aanwezige Smildervaart, die vanaf 1750 tussen Meppel en Dieverbrug was gegraven ter vervanging van het riviertje De Oude Vaart. De cultuurhistorische en archeologische waarden maken Westerveld aantrekkelijk voor recreanten en toeristen. In de Cultuurhistorische Waardenkaart en de Archeologische Beleidsadvieskaart van de gemeente zijn deze allemaal geïnventariseerd. Om te sturen op het behoud van erfgoed heeft de gemeente de Erfgoedverordening opgesteld. Landschapsstructuur Het landschap in de gemeente Westerveld is het resultaat van een voortdurende wisselwerking van het natuurlijk milieu en de talloze menselijke ingrepen in de loop der eeuwen. In eerste instantie is de abiotische factor, de ondergrond, bepalend geweest voor de opbouw van het landschap. In de loop der tijd heeft de mens steeds sterker zijn stempel gedrukt op het landschap . Westerveld kent in tegenstelling tot het grootste deel van Nederland een afwisseling van merendeels nog zeer herkenbare en gave landschapstypen. Op hoge schaal wordt het esdorpenlandschap, het wegdorpenlandschap en het ontginningskolonielandschap onderscheiden. Het esdorpenlandschap valt uiteen in essen, beekdalen, veldontginningen (landbouwgronden) en de veldgronden (heide en bos of woeste gronden). In de Kadernota Buitengebied is een uitgebreide beschrijving van de karakteristiek van de kernkwaliteiten van de landschapstypen en elementen terug te vinden. Hierin is ook een inventarisatie opgenomen van de gaafheid (hoog, middelhoog en laag) van het landschap(stype) en de randen of overgangen van de landschapstypen. Door de afnemende binding tussen de landschappelijke ondergrond en het gebruik staan de landschappen onder druk. Dit uit zich het meest in de beekdalen waar de oorspronkelijke kleinschaligheid verloren is gegaan. Natuur
Om terug te keren naar onderdeel 2 in het hoofddocument, klik hier. |
||
![]() |
||
|