3.4 Bedreigingen ten aanzien van wonen en woonomgeving voorkomen |
||
Wonen in het buitengebied
Met de recentelijk in gang gezette koerswijziging komt hierin echter geleidelijk verandering. Er zijn vanuit de vraaggerichte benadering die we hanteren, beperkt mogelijkheden wanneer het initiatief passend is in de kwalitatieve ruimtelijke kaders en de kwantitatieve en kwalitatieve accenten die voor het betreffende gebied en dorpstype in deze structuurvisie opgenomen zijn. Uitgangspunt blijft dat bij voorkeur sprake moet zijn van een locatie in of grenzend aan een dorp. Het betreft hier kleinschalige particuliere initiatieven, waaronder ook CPO. Ten aanzien van bedrijfswoningen bij agrarische bedrijven richt ons beleid zich op het tegengaan van verstening in het buitengebied. Dit betekent dat één bedrijfswoning per bedrijf wordt toegestaan. Dit is vanuit het oogpunt van een goede agrarische bedrijfsvoering gewenst. Een tweede bedrijfswoning heeft een te grote impact en wordt dan ook niet toegestaan, uitzonderlijke gevallen daargelaten. Dergelijke initiatieven worden separaat getoetst. Een bedrijfswoning bij niet-agrarische bedrijven wordt in elk geval uitgesloten. Bij bestaande recreatieterreinen geldt dat de bestaande situatie het uitgangspunt is en een tweede bedrijfswoning alleen kan worden gerealiseerd als zijnde maatwerk. Permanente bewoning recreatieverblijven Het volledige toetsingskader voor wonen in het buitengebied is verwoord in het bestemmingsplan Buitengebied en het beeldkwaliteitsplan Buitengebied . De uitgangspunten voor het bestemmingsplan zijn verwoord in de Kadernota bestemmingsplan Buitengebied. Voor de hoofdlijnen en de overige onderdelen van het beleid voor wonen en woonomgeving verwijzen we graag naar: |
||
![]() |
||
|